DRAWN PANORAMA: het psychopicturale oeuvre van Serneels

Een tekst naar aanleiding van interviews met Stefan Serneels

 

Een anarchistische levensspreuk als ”Do it Yourself” is kenmerkend voor het hele oeuvre van Stefan Serneels. Na omzwervingen via het RITS, interesse voor Germaanse filologie en een jaar grafiek aan Sint-Lucas, studeerde Serneels in 1991 af als keramist. Na enkele jaren noodgedwongen bandwerk werd stilaan duidelijk dat zijn duistere creatieve temperament enkel een bevredigend klankbord zou vinden in de passionele hantering van materie ten dienste van de beeldende kunsten. Zijn bekendste werk wordt gekenmerkt door zwart-wit tekeningen met extreme variaties van tonen in grijswaarden, een bewuste onbeheersbaarheid van de dripping, het nat-in-nat werken met gewassen Chinese inkt en een gecollageerde assemblage van gerecycleerde stukken eigen tekenwerk met als thema een vervreemde, gefragmenteerde realiteit.

Serneels’ werk is een dramatisch donkere onderwereld, die het licht enkel ziet door de uitsparingen op het witte blad. Een gecreëerde onderbewuste realiteit vol vertekende perspectieven en surrealistische gedaanten. Een huiselijke horror, waarbij objecten vaak een repetitieve hoofdrol als subject innemen. Het moet gezegd dat Serneels bijna een artistieke aanhanger van de psychoanalyse zou kunnen zijn. Een beeldanalist van zijn eigen onderbewuste, een intuÏtieve kunstenaar van het getekende onbewuste. Freuds ontdekking binnen de psychoanalyse van het on(der)bewuste als fundamenteel onderdeel van de menselijke psyche, heeft Lacan geÏnspireerd om het belang van taal te benadrukken in het fundamentele discours dat nodig is om, zonder aanvaarding van het bestaan van het normale of het abnormale, te komen tot een zinnige invulling als antwoord op een vraag. In die zin is het niet belangrijk om zich af te vragen op welke vragen Serneels een antwoord zoekt, maar wel om te kijken naar de fundamentele mate waarin Serneels via het beeld - het beeld als taal en tekensysteem - een beelddiscours ontwikkelt als antwoord. Een associatie van diverse beeldfragmenten die in relatie tot elkaar een adequaat kunstwerk genereren, dat in de onderlinge relatie van de verschillende fragmenten op zichzelf zingeving verleent. Hierbij erkent de zingeving natuurlijk de zinloosheid. De zinloosheid van het bestaan van elk cultureel object. De aanwezigheid van het geconstrueerde kunstwerk eist echter de rede op van haar bestaan. De essentie ervan is, Wittgenstein indachtig, gelijk aan de som van de gelijkenissen die optreden in de verschillende gedaantes, woorden, maar dus ook in de geproduceerde beelden. In die zin kan men spreken van een psychopicturaal oeuvre van Serneels.

Natuurlijk is de context waarin wordt gekeken, de cultuur waarin wordt aanschouwd, van cruciaal belang om het beeld in de verscheidenheid aan mogelijke interpretaties genietbaar te maken. De subcultuur die Serneels’ wereld voedt, is die van de underground-electro, industrial music, horrorfilms, manga en cultliteratuur. Voeg daar nog eens een specifieke gevoeligheid voor l´art brut en een fascinatie voor schilders als bijvoorbeeld Jean-Michel Basquiat, Neo Rauch, Gerard Richter, Daniel Richter, Hans Bellmer, Henry Darger, Adolf Wölfli en Francis Bacon aan toe, en men verkrijgt volgens mij de perfecte mix voor een begeisterde hedendaagse kunstenaar. Outsiderkunst aanhalen als referentiekader voor een professionele kunstenaar kan verwarrend overkomen, maar zeker niet in relatie tot het werk van Serneels. Voor hem heeft de klassieke tekening te veel beperkingen en is ze vaak te logisch opgebouwd. Zijn interesse voor l´art brut ontstaat uit het feit dat die kunstenaars een mentaal beeld onmiddellijk kunnen vormgeven, zonder zich te bekommeren om de restricties in de opbouw van een klassieke tekening. Het mentale beeld wordt weerspiegeld via een intuïtieve, onmiddellijke registratie. Het zichtbaar maken van een dergelijke mentale spanning is voor Serneels al even belangrijk als het genereren van een louter vormelijke spanning. In tegenstelling tot veel van zijn collega´s is Serneels niet op zoek naar het perfect schone en lyrische beeld. De deconstructieve reflex om zijn perspectieven kapot te maken en onrealistische verhoudingen aanvaardbaar te maken fucken naar eigen zeggen de betekenissen op. De atmosfeer die wordt beoogd, hoeft voor Serneels niet steeds dramatisch te zijn, maar dient wel een uitgesproken spanning te vertalen. Door de tijd heen worden zijn beelden poëtischer en minder agressief. Het narratieve wordt stilaan overgenomen door een eigen plasticiteit. Het verhalende wordt vervangen door een specifiek doorgedreven experiment in de opbouw van het beeld.

Het bronmateriaal voor Serneels’ kunstwerken bestaat uit gecombineerde fragmenten uit filmstills, documentaire, fotografie, oude tijdschriften en digitale beelden. Daardoor ontstaat reeds in de primaire bronnen voor het werk een vorm van assemblage. Het samenbrengen van verschillende brokstukken, vaak details, vormt het eerste spoor in de zoektocht naar een synthese in de opbouw van het kunstwerk. Serneels is een kunstenaar die de gerecycleerde beelden niet natekent, maar gebruikt als aanzet voor de opmaak van zijn beelden; als het overstijgen van het vormelijke idioom vanuit een hermeneutische kijk om een nieuw interpretatiekader te genereren. De directe herkenbaarheid van bepaalde films wordt vaak vermeden. Het mysterieuze ontstaat door minder expliciete en referentiële scènes te selecteren. Ze fungeren dan als leidraad voor een bepaalde sfeer van film en worden in geen geval volledig gerecupereerd. Zijn intuïtie bepaalt welk beeld uiteindelijk als basis zal dienen voor een werk. Hoewel Serneels zeer diverse fotografische beelden gebruikt, merkt men op dat verschillende elementen steeds weerkeren. Er is een soort herkenbaarheid van opeenvolgende gelijkenissen. Zo worden diverse soorten perspectieven, trappen, objecten en burgerlijke interieurs herhaald in zeer uiteenlopende werken. Ze zijn vaak geïnspireerd op gelijkaardige spanningselementen van scènes uit specifieke filmgenres. De filmstills vormen dan enkel de aanzet voor het werk en krijgen uiteindelijk hun unieke vorm in de vrije schets.

De voorstudie als eerste specifieke werkstadium in de creatie van het kunstwerk wordt door de tijd heen een steeds bewuster proces. Het is een fundamentele spelregel geworden te recycleren uit eigen tekeningen om te komen tot collages. Daardoor ontstaat reeds in dat stadium een doorgedreven aandacht voor de studie van zijn eigen techniek. Men kan bijna spreken van een Serneels-procedé. De jarenlange oefening in het beheersen van houtskool rendeert vandaag in een zeer gestueel onderzoek naar het hanteren van Chinese inkt. Ook in de potloodtekeningen neemt die gestualiteit een belangrijke plaats in. Een ritmische gestualiteit verweven met een bijna kalligrafische precisie. Hij verkrijgt het fotografische effect in zijn inkttekeningen door de uitwerking van zwart- en grijstonen in dégradé door verschillende, zeer specifiek doorgewerkte experimenten met gewassen Chinese inkt. Daarbij wordt ook veel aandacht geschonken aan de kwaliteit van het materiaal, de dikte en het soort papier, de oorsprong en textuur van de inkt en een al even professionele keuze uit een ruime keur van potloden en borstels. Het oeuvre van Serneels wordt door de tijd heen dan ook meer en meer een beheerst werkproces waarbij de ervaring in verschillende technieken zijn werk stuurt, om te vertrekken vanuit zeer lichte toonaarden en te spelen met de absorberende effecten van papier in relatie tot inkt. De zoektocht naar harde contrasten ontstaat daaruit vanzelf.

Serneels’ blauwdruk van collagetekeningen ontstaat niet vanuit vooraf bepaalde collages. De collages ontstaan uit eigen getekend materiaal. Die tekeningen worden opgebouwd vanuit een intuïtieve tekenkundige reflex, en niet aan de hand van protheses als een beamer of een retroprojector. Serneels erkent de verschillende mogelijkheden die retroprojecties bieden, maar zij ontnemen hem de vrijheid van de vorm. Hij verkrijgt die vrijheid via het ambacht van het tekenen zelf, waarbij elk stadium in het ontwerp van de tekening moet kloppen. De compulsieve drang van Serneels om continu te tekenen wordt aangewakkerd door enerzijds een passie voor de daad van het tekenen, en anderzijds door een fundamenteel ongenoegen in de confrontatie met zijn beperkingen. Serneels kent een extreme ontevredenheid, waardoor hij zijn tekeningen nooit goed genoeg en nooit evenwichtig genoeg vindt, met als gevolg een destructieve reflex: hij vernietigt meer werk in het atelier dan dat hij zijn dagelijkse creatie de kans geeft om aan het daglicht te worden blootgesteld. Die ontevredenheid heeft hij geleerd te overbruggen door het bijna dwangmatig vullen van schetsboeken, zonder zichzelf de opportuniteit te geven om die onmiddellijk te verscheuren.

Het prachtige aan een beeldend kunstenaar als Serneels is dat zijn gevoel van eigen tekenkundige beperkingen deel wordt van zijn eigen stijl. Het verscheuren en uitknippen van bepaalde delen van de tekening en het beplakken met fragmenten uit andere tekeningen zijn een handelsmerk geworden. Door de jaren heen heeft hij de collagetechniek van knip- en plakwerk in het vermengen van tekeningfragmenten zo weten te hanteren dat ze een beter geheel vormen. Zijn werken krijgen een andere gelaagdheid. Een kwaliteit die ontstaat door te combineren. De logica van de klassieke tekening wordt doorbroken en vervangen door een nieuwe logica, een eigen schriftuur. De grondlaag bij het werken op doek dient als gom, waarbij stukken worden overschilderd, beplakt, herschilderd, uitgeknipt of weggelaten. Die werkwijze kan gezien worden als een beeldende bijsturing. Het intuïtief bewuste werkproces van associëren en selecteren geeft Stefan Serneels de mogelijkheid om te werken aan verschillende tekeningen tegelijkertijd. In tegenstelling tot wat men zou verwachten, is hij zijn eigen collagetechniek niet als truc gaan misbruiken, maar is er een evolutie merkbaar naar minder fysiek knippen en plakken. Hij genereert in zijn laatste creaties meer mentale assemblages en collages. De basisbeelden worden directer geconstrueerd. Zijn kunstwerken worden ook soberder door de tijd heen. Toch blijven de collages noodzakelijk in het werk. Het uitknippen, integreren en vermengen van werken is een esthetiek van het afbreken geworden, om een nieuwe esthetiek te creëren.

Het multidisciplinaire oeuvre van Serneels beperkt zich niet louter tot tekenen . Sculpturen, kortfilms, animatiefilms, installaties, muurschilderingen, tekeningschilderijen en zuivere tekeningen bestuiven elkaar. Toch heeft Serneels een voorliefde voor het figuratief tekenkundige metier, waarbij hij de klassiek herkenbare figuratie omhelst. De panoramische tekeningen geven hem de mogelijkheid om uit de compressie te geraken van het soms te beperkte bladoppervlak. Het fenomeen less is more kan hij daarin volledig doorbreken. Via het panorama ontstaat de vrijheid om zeer diverse fragmenten samen te brengen. De onderlinge verbanden ontstaan als vanzelfsprekend. Een soort abstracte narratieve verbanden die op een bepaalde manier aansluiting vinden bij het stripverhaal en de grafische roman. Het werken vanuit een verregaande intuïtie geeft hem de inspiratie om af te wijken van het illustratieve, met een focus op het vrij ontstaan van het narratieve. Door het herhalen van bepaalde vormen wordt betekenis gegenereerd. De vervreemding in zijn werk krijgt gestalte in de zoektocht naar een combinatie van toevalligheden. Toevallig is het zeker niet dat de vrije associaties uit de lange tekeningen, zoals zijn schetsboeken, recyclagemateriaal leveren voor diverse, meer individuele tekeningen. Het specifieke gebruik van zwarte inkt in het werk van Serneels gebeurt meer vanuit een esthetisch oogpunt.

Het uitdijen van de gewassen Oost-Indische inkt, het gebruik van vervuild water en het diversifiëren van grijswaarden draagt ertoe bij dat ik Stefan Serneels via de inkt zie evolueren van tekenaar tot schilder. Het schildersdoek ervaart hij als een te vaste en mysterieuze drager, die hem de vrijheid ontneemt om het beeld te kunnen verscheuren. Het absorptievermogen en de poreusheid van het papier verlenen niet enkel aan de drager, maar ook aan het beeld een zekere fragiliteit. Serneels wijt zijn gebruik van enkel zwart-wit aan zijn onvermogen om als rasechte tekenaar de kleuren te hanteren als een schilder. Een technisch mankement dat hij in zijn voordeel weet te gebruiken. Kleuren voegen momenteel niets toe aan zijn doelbewuste hantering van schaduwen, refererend aan horrorplaten en film noir. Het is juist door het monotone zwart-wit te manipuleren dat hij een continuïteit kan benadrukken in het door elkaar vloeien van subject, object en context. Een uniformisering van het beeld waarbij vorm en perspectief zich vermengen. Een soort schijnlogica in zuivere, onlogisch opgebouwde beelden. De contrastkleuren zwart en wit kunnen gezien worden als een metafoor om een hele wereld van kleuren te vrijwaren tegen hun duiding en de spanning van het mentale synesthetische denken te prikkelen.

Waar vroeger enkel de houtskool aan het blad mocht kleven, ligt de evolutie naar inkt en zijn subtiele grijswaardencoloriet in de lijn van het filmisch ontleden van beelden. Door de gelaagdheid in grijswaarden heen ontvouwt zich ook een gelaagdheid in het beeld. Aan de hand van in- en uitzoomen, het gebruik van ontmenselijkte figuren en vermenselijkte objecten wordt bijvoorbeeld zelfs de onschuld van een schommelpaard in vraag gesteld. De werken van Serneels draaien vaak om ruimtelijkheid. Niet de ruimte an sich is belangrijk: de summiere referentie aan een ruimte of object verleent de nodige spanning door die niet expliciet te vertalen. De werken van Serneels bevinden zich hoofdzakelijk in binnenruimtes. Claustrofobische ruimtes waarin subjecten en objecten door verschillende handelingen met elkaar worden verbonden. Continu dynamische omgevingen die contrasteren met de statische burgerlijke interieurs. De nutteloosheid van hun relatie reflecteert een verstard, bevroren beeld, als een filmstill van een bewegende, zich herhalende handeling. Objecten worden personages en geven aanleiding tot veranderlijke bewegingen. Zijn verwrongen werelden verlenen de specifiek vervormde objecten de mogelijkheid om zelf oorsprong te zijn van een menselijke figuur.

Serneels refereert aan het beeld in Murphy van Samuel Beckett om die gedachtegang te vertalen. Een ervaring van het zich klemvast zetten in een rolstoel om zich mentaal te kunnen bevrijden. Zo worden ook bepaalde objecten in Serneels’ beelden specifieke mentale actoren in het beeldende spel. Het decor of de scène van zijn duistere taferelen zuigt het oog door gemanipuleerde perspectieven, gangen en kamers naar een geaccumuleerde ontlading van visuele spanning. De picturale contextelementen worden versterkt met figuren en schetsen van bijvoorbeeld individuen met lange, gevlochten haren uit Japanse films, die ten tonele verschijnen als mystieke personages die geïntegreerd zijn in een kleinburgerlijk interieur. De herkenbare, huiselijke meubels, de lusters en het behangpapier baden in een sfeer van drama en horror. Ballonnen en Pipi Langkous-vlechtjes, bewierookt met onschuld, zijn verweven met betekenisloze objecten. Het zijn allemaal narratieve spanningselementen in samengestelde, louter geïnsinueerde taferelen. Door verbindingen te maken met lijnen tussen de verschillende picturale elementen wordt de onderlinge relatie tussen subject en object geïntensifieerd. Serneels vergelijkt die opbouw van het beeld met de vroeg-middeleeuwse kunst, die ook geen centraal perspectief kende. Reeds in die tijd durfde men via enkele lijnenconstructies binnenruimtes te creëren in landschappen.

Het werk van Serneels zou men kunnen karakteriseren als het spelen met de beperktheid van lijnen om een figuratie te realiseren. Alsof enkel een schaduw genoeg informatie in zich draagt om een heel personage te visualiseren. Hij refereert voor die meesterlijk subtiele insinuatietechniek aan Hitchcock-films en Nosferatu. Een soort picturale techniek die heel complexe constructies kan onthullen op een snelle en efficiënte manier en die inwerkt op de fantasie en de mentale beeldrepresentatie van de toeschouwer. Terwijl de vervreemdende werken van Serneels ons netvlies prikkelen, verslinden de beelden onze aandacht door een psychopicturale wereld, die mij alvast gepassioneerd in de ban heeft.

Sven Vanderstichelen, 2010